Hyperventilatie

We ademen zuurstof (O2) in en koolzuur (CO2) uit. Wie lijdt aan hyperventilatie ademt te snel. Je doet te veel borstademhaling in plaats van flank- en buikademhaling. De O2-verzadiging in het bloed blijft normaal: bijna steeds 100%, maar de afgifte van CO2 neemt toe.

Wanneer je hyperventileert wordt je duizelig, je voelt je ijl in je hoofd, je hebt misschien tintelingen in je vingers, je handen, je lippen. Koud-zweet kan uitbreken. Vaak treedt hierbij pijn of drukgevoel in de borst op. Het maakt je onrustig. Je bent ongerust of zelfs in paniek. Je kan daarbij het idee hebben te weinig lucht te krijgen. Dat is echter niet zo want het zuurstof gehalte blijft ok. Maar door het snelle ademen ontstaat een tekort aan CO2 en zolang het hyperventileren duurt blijft dit zo.

Om het hyperventileren te stoppen, moet je het CO2-gehalte weer laten stijgen. De vroegere methode om in een zak te ademen wordt door dokters niet meer aangeraden.

Beter is flank- en buikademhaling aan te leren, gekoppeld aan de techniek om na het uitademen te wachten, 10, 15, 20 tellen, vooraleer je weer inademt. Het gehalte aan CO2 in de longen stijgt daardoor. Ondervinden dat je via deze ademhalingstechniek terug de controle over je lichaam krijgt is op zich al geruststellend.

Om dit aan te leren kan je bij ons in Hoogstraten terecht.